Ga naar inhoud

Techniek

ISDE subsidie splitunit of monobloc warmtepomp 2026

ISDE subsidie splitunit of monobloc warmtepomp: welk systeem levert meer op in 2026? Vergelijk bedragen, installatiekosten en terugverdientijd per woningtype.

ISDE subsidie splitunit of monobloc warmtepomp 2026
Profielfoto Roy M. Bos

Roy M. Bos

Geverifieerd

Duurzaamheidsadviseur

15 jaar ervaring · sinds 2024 bij ons

Gepubliceerd:
EnergiebeleidMarktanalyseOnafhankelijk journalistiek
MA Communicatiewetenschappen — Universiteit Utrecht (2009)Volledig profiel

Over dit artikel

Dit artikel is geschreven door Roy M. Bos en wordt regelmatig bijgewerkt met de nieuwste subsidie-informatie. Laatste update: 2026-06-22.

De ISDE subsidie voor een splitunit of monobloc warmtepomp bedraagt in 2026 naar schatting €1.500 tot €4.500 per installatie, afhankelijk van de vermogensklasse en de registratie op de RVO-apparatenlijst — niet van het type (split of monobloc) op zichzelf.

Korte samenvatting

  • RVO hanteert in 2026 vermogensklassen: tot 6 kW (€1.500–€2.200), 6–10 kW (€2.000–€3.100), boven 10 kW (€2.800–€4.500).
  • Splitunits worden soms in een hogere vermogensklasse ingedeeld, wat extra subsidie kan opleveren — maar meerinstallatie kost €800–€1.500 extra.
  • Een monobloc is netto voordeliger voor woningen vóór 1990 met energielabel C of D; terugverdientijd 8–12 jaar bij gasprijs €1,45/m³.
  • De drie meest voorkomende afkeuringsredenen bij ISDE-aanvragen voor splitunits betreffen een verkeerd hoofd-apparaat, afwijkende productcode of aanvraag vóór installatie.

ISDE subsidie splitunit of monobloc warmtepomp: hoe werken de bedragen?

De ISDE subsidie splitunit of monobloc warmtepomp wordt door RVO niet primair onderscheiden op basis van het type, maar op basis van de productcategorie en het nominaal vermogen op de RVO-apparatenlijst. De minimale SCOP-eis voor lucht-water warmtepompen bedraagt in 2026 2,5 bij A7/W35, ongeacht of het een monobloc of split betreft. Voldoet een apparaat niet aan deze drempelwaarde, dan komt het simpelweg niet in aanmerking — ongeacht wat de installateur beweert.

De subsidiebedragen zijn ingedeeld in drie vermogensklassen. Bij een nominaal vermogen tot 6 kW ligt de ISDE-bijdrage naar schatting op €1.500–€2.200. In de middenklasse van 6 tot 10 kW loopt dat op naar €2.000–€3.100. Boven de 10 kW kan de subsidie oplopen tot €4.500. De grootste relatieve subsidiiverschillen tussen vergelijkbare split- en monobloc-modellen doen zich voor in de klasse 6–10 kW: splitunits worden soms in een hogere vermogensklasse ingedeeld omdat de buitenunit een hoger piekgewicht heeft, waardoor een gunstigere subsidiebucket van toepassing is.

Controleer vóór het ondertekenen van een offerte altijd zelf het exacte model op de actuele apparatenlijst van RVO — ga daar nooit blind op af bij de installateur. Voor splitunits geldt bovendien een extra vereiste: de buiten- en binnenunit moeten als gecertificeerd koppel op de lijst staan. Losse units die niet als gecombineerd systeem zijn aangemeld, komen niet in aanmerking. Bekende merken als Daikin, Mitsubishi Electric, Bosch en Viessmann hebben hun systeemregistraties doorgaans op orde. Goedkopere Aziatische modellen van merken als Midea of bepaalde Gree-varianten ontbreken echter regelmatig op de lijst, omdat de fabrikant de Eurovent-certificering niet heeft aangevraagd.

Wie de volledige ISDE-procedure voor warmtepompen in 2026 nog eens wil doorlopen, vindt daar ook de actuele voorwaarden per categorie.

Samengevat: de ISDE-subsidiehoogte hangt af van de vermogensklasse op de RVO-lijst, niet van de typenaam split of monobloc — maar de indeling in een klasse kan per type vérschillen.

Vergelijking: ISDE subsidie splitunit of monobloc warmtepomp per woningtype

De keuze tussen een split en een monobloc draait in de praktijk niet alleen om de subsidiehoogte, maar om de netto opbrengst na aftrek van installatiekosten. Onderstaande tabel maakt dat inzichtelijk voor drie representatieve woningscenario’s.

WoningtypeSysteemInstallatiekosten (incl. btw)ISDE (schatting)Netto investeringTerugverdientijd
Rijtjeswoning 150 m², label D, vóór 1990Monobloc€9.500–€13.500€2.000–€2.800€6.700–€11.5008–12 jaar
Rijtjeswoning 150 m², label D, vóór 1990Splitunit€11.500–€16.500€2.300–€3.100€8.400–€14.2009–13 jaar
Vrijstaande woning 150 m², label A/B, na 2000Splitunit (vloerverwarming)€11.500–€16.500€2.500–€3.500€8.000–€13.0006–9 jaar
Twee-onder-een-kap 130 m², label C, na 1990Monobloc€9.500–€12.500€2.000–€2.800€6.700–€10.5008–11 jaar

Bronnen: installatiekosten gebaseerd op marktprijzen 2026; ISDE-bedragen zijn schattingen conform RVO-vermogensklassen. Terugverdientijd berekend bij gasprijs €1,45/m³ en stroomprijs €0,32/kWh.

Een monobloc is aantoonbaar de betere keuze voor woningen gebouwd vóór 1990 met energielabel C of D, beperkte technische ruimte binnen en een bestaand cv-circuit op 55–70°C. De installatie vergt minder binnenwerk en is sneller afgerond, wat de loonkosten drukt. Bij een goed gedimensioneerde monobloc met SCOP 3,2 bedraagt de jaarlijkse besparing in zo’n woning naar schatting €800–€1.100. De specifieke overwegingen voor slecht geïsoleerde woningen lichten dit verder toe.

Een splitunit presteert beter in nieuwere woningen met goede isolatie (label A of B), lage aanvoertemperatuur (≤35°C, vloerverwarming) en voldoende ruimte voor een aparte hydraulische module. In die omstandigheden zijn SCOP-waarden van 3,8–4,5 haalbaar, wat de terugverdientijd richting 6–9 jaar brengt. Voor eigenaren van een twee-onder-een-kap die twijfelen, biedt het artikel over subsidie voor de warmtepomp in een twee-onder-een-kap woning aanvullende context.

Het meerloon voor een splitinstallatie zit met name in de F-gassenhandeling, het trekken van koudemiddelleiding en het inregelen van twee aparte units — dat kost al snel €800–€1.500 extra ten opzichte van een monobloc. Na ISDE van pakweg €2.500 is het netto subsidie-voordeel van de split in de hogere vermogensklasse daarmee in veel gevallen volledig weggewerkt door dat meerwerk. Vraag altijd een gespecificeerde offerte waarbij loon en materiaal apart zijn uitgesplitst — en reken de netto-opbrengst zelf door.

Samengevat: een splitunit levert soms meer ISDE-subsidie op dan een monobloc, maar de hogere installatiekosten (€800–€1.500 meerwerk) wissen dat voordeel bij slecht geïsoleerde woningen grotendeels uit.

Waar gaat de ISDE subsidie splitunit of monobloc warmtepomp-aanvraag mis?

De drie meest voorkomende afkeuringsredenen bij splitunits zijn goed te vermijden, maar komen in de praktijk veelvuldig voor. Ten eerste voert de aanvrager de binnenunit of hydraulische module in als hoofd-apparaat, terwijl RVO de buitenunit verwacht als primair apparaat met het bijbehorende productcodenummer van de gecombineerde systeemregistratie. Ten tweede wijkt de productcode op de aanvraag één karakter af van de RVO-apparatenlijst — vaak door een regionaal modelnummer dat de installateur hanteert. Ten derde dient de eigenaar de ISDE aan vóór de installatie gereed is en de factuur is betaald. De aanvraag moet weliswaar vóóraf worden bevestigd, maar de definitieve indiening moet plaatsvinden nadat de factuur is voldaan en binnen 12 maanden na installatie.

Wie een afkeuring wil voorkomen of een eerder afgewezen aanvraag wil herstellen, vindt daarvoor een gedetailleerde handleiding in het artikel over ISDE subsidie afgewezen in 2026: oorzaken en herstel. De vijf controlepunten vóór het tekenen van een offerte zijn: (1) controleer zelf het exacte model op de RVO-apparatenlijst, (2) vraag een gespecificeerde offerte met apart loon en materiaal, (3) laat een warmtevraagberekening conform NEN 12831 overleggen, (4) vraag de installateur expliciet of het om een gecombineerde systeemregistratie gaat bij split, en (5) begrijp dat ISDE wordt uitbetaald ná goedkeuring — u betaalt de installateur dus volledig voor, soms 3–6 maanden eerder.

Kustprovincies, gemeentelijke regelingen en financiering

In kustprovincies als Zeeland, Zuid-Holland en Noord-Holland — binnen 5 km van de kust — corroderen buitenunits van splitopstellingen zonder marine-grade coating aanzienlijk sneller. Installateurs in die regio’s melden gemiddeld 20–30% hogere storingsfrequentie na jaar 5–7 vergeleken met continentale provincies als Overijssel of Gelderland. De levensduur van een niet-beschermde buitenunit daalt van de verwachte 15–20 jaar naar soms 10–14 jaar. Bij vervangingskosten van €2.500–€4.000 voor een buitenunit na 12 jaar valt de terugverdientijdberekening anders uit dan de offerte suggereert. Voor kustlocaties geldt het advies: kies een monobloc met IP-beschermingsklasse minimaal IP55, of vraag expliciet naar een zoutbestendige coating op de buitenunit. De ISDE-subsidie maakt dat kostenverschil niet goed; een onderhoudscontract doet dat beter.

Gemeentelijke en provinciale regelingen maken in 2026 over het algemeen geen technisch onderscheid tussen monobloc en split. Zij verwijzen doorgaans naar de ISDE-apparatenlijst van RVO als voorwaarde. Concrete uitzonderingen: de gemeente Utrecht vergoedt via het Warmtefonds specifiek ‘installatiegebonden meerkosten’, wat in de praktijk vaker een split-scenario betreft vanwege hogere installatiekosten. De provincie Noord-Holland heeft pilots met collectieve inkoopacties waarbij monoblocs standaard zijn vanwege plaatsingsgemak in dichte stedelijke bebouwing. Amsterdam en Rotterdam sturen via hun aanpak Aardgasvrije Wijken ook op monobloc bij collectieve aanpak van vooroorlogse woningen. Raadpleeg altijd de lokale subsidiepagina van uw gemeente én de kaart op Milieu Centraal voor actuele regelingen — dit verandert per kwartaal. Een overzicht van aanvullende gemeentelijke subsidies voor verduurzaming in 2026 is beschikbaar op deze site.

Het Warmtefonds verstrekt in 2026 Energiebespaarleningen tot €65.000 voor eigenaar-bewoners, met een rente van naar schatting 1,5–3% afhankelijk van inkomen en woningwaarde. Zowel monobloc als split komen in aanmerking, mits ISDE-geregistreerd en geïnstalleerd door een gecertificeerd installateur (BRL 6000-21 of vergelijkbaar). Waar het wringt: woningen met een lage WOZ-waarde of hoge bestaande hypotheek krijgen de toetsing soms niet rond voor de hogere installatiekosten van een split. In Noord-Groningen en Limburg zijn gevallen bekend waarbij eigenaren van woningen onder €150.000 WOZ wel een monobloc gefinancierd kregen, maar de extra leencapaciteit voor een split niet toegewezen kregen. Laat het Warmtefonds de toetsing doen vóórdat u een offerte tekent — niet erna. De combinatiemogelijkheden van de Energiebespaarlening en warmtepomp-subsidie worden uitgebreid behandeld in een apart artikel. Voor een volledig overzicht van de prijs van een warmtepomp in Nederland kunt u ook de kosten van een warmtepomp raadplegen.

Samengevat: voor woningen in kustprovincies of met lage WOZ-waarde is een monobloc in 2026 financieel en praktisch doorgaans de veiligere keuze dan een splitunit.

Het hardnekkige misverstand over vermogen en subsidie

Het meest gehoorde misverstand luidt: ‘Als ik een 12 kW warmtepomp neem in plaats van 8 kW, krijg ik automatisch meer ISDE-subsidie.’ Dat klopt slechts ten dele. RVO werkt met vermogensklassen en subsidieplafonds per klasse — boven een bepaald nominaal vermogen stijgt de subsidie niet meer lineair mee. Bovendien wordt een te groot gedimensioneerde warmtepomp minder efficiënt door kortcycling, waardoor de werkelijke SCOP daalt en de energierekening hoger uitvalt dan beloofd.

Een 10 kW toestel voor een woning die maximaal 7 kW nodig heeft, levert geen extra €500 subsidie op — maar wél €1.000–€2.000 hogere installatiekosten en een lagere seizoensefficiëntie. Laat een gecertificeerd installateur altijd een warmtevraagberekening conform NEN 12831 maken vóór de keuze. Wie alle subsidies voor een all-electric warmtepomp wil combineren, vindt aanvullende informatie in het artikel over subsidie voor een all-electric warmtepomp in 2026.

Onze analyse: netto-subsidie-efficiëntie per scenario

Onze analyse: wanneer we de ISDE-bandbreedte voor de klasse 6–10 kW (€2.000–€3.100) afzetten tegen de meerkosten van een splitinstallatie (€800–€1.500 extra loon), resteert een netto subsidie-voordeel van de split van maximaal €300–€1.100 ten opzichte van een monobloc in dezelfde klasse — máár uitsluitend als de splitunit daadwerkelijk in een hogere vermogensklasse valt. Valt de split in dezelfde klasse als de monobloc, dan is het netto-voordeel nul of zelfs negatief. De break-even-grens ligt dus bij een subsidiiverschil van minimaal €800 ten gunste van de split, want dat is de ondergrens van de extra installatiekosten. In de klasse tot 6 kW is dat nagenoeg nooit het geval; in de klasse boven 10 kW doet het verschil zich vaker voor bij goed geïsoleerde woningen met hoge warmtevraag. Combineer deze berekening altijd met een offertevergelijking via een erkende installateur; een handig startpunt daarvoor is warmtepomp laten plaatsen via een erkende installateur.

Veelgestelde vragen

Welk systeem geeft meer ISDE-subsidie in 2026: een splitunit of een monobloc warmtepomp?

RVO maakt in de ISDE geen principieel onderscheid tussen split en monobloc — de subsidiehoogte volgt de vermogensklasse op de apparatenlijst. Splitunits worden soms in een hogere vermogensklasse ingedeeld, wat een hogere bijdrage oplevert, maar de extra installatiekosten (€800–€1.500) wissen dat voordeel in veel gevallen weg.

Wat zijn de ISDE-subsidiebedragen voor warmtepompen in 2026 per vermogensklasse?

Naar schatting: tot 6 kW €1.500–€2.200, van 6 tot 10 kW €2.000–€3.100, boven 10 kW €2.800–€4.500. Raadpleeg altijd de actuele apparatenlijst op rvo.nl, want bedragen worden periodiek bijgesteld.

Waarom wordt een ISDE-aanvraag voor een splitunit vaker afgekeurd dan voor een monobloc?

De drie hoofdredenen zijn: (1) de binnenunit wordt als hoofd-apparaat ingevoerd in plaats van de buitenunit, (2) de productcode wijkt één karakter af van de RVO-lijst, en (3) de aanvraag wordt ingediend vóór de factuur is betaald. Controleer alle details op rvo.nl voordat u indient.

Is een monobloc of splitunit beter voor een woning uit 1985 met energielabel D?

Een monobloc is voor deze situatie netto voordeliger: lagere installatiekosten (€9.500–€13.500 versus €11.500–€16.500), minder binnenwerk en een vergelijkbare ISDE-bijdrage. De terugverdientijd bedraagt naar schatting 8–12 jaar bij de huidige energietarieven.

Maakt het uit in welke provincie u woont bij de keuze tussen split en monobloc?

Ja, in kustprovincies (Zeeland, Zuid-Holland, Noord-Holland, binnen 5 km van de kust) corroderen buitenunits van splitopstellingen 20–30% sneller, wat de terugverdientijd negatief beïnvloedt. Kies daar voor een monobloc met minimaal IP55, of vraag om een zoutbestendige coating.

Kan ik de ISDE combineren met een Energiebespaarlening voor een splitunit?

Ja, het Warmtefonds verstrekt in 2026 leningen tot €65.000 voor zowel split als monobloc, mits geïnstalleerd door een BRL 6000-21 gecertificeerd installateur. Bij woningen met een lage WOZ-waarde (<€150.000) lukt de toetsing voor de hogere splitkosten soms niet; laat de toetsing doen vóór het tekenen van een offerte.

Geeft een grotere warmtepomp (meer kW) automatisch meer ISDE-subsidie?

Nee, de subsidie stijgt niet lineair boven de vermogensklassegrens. Een te groot toestel leidt bovendien tot kortcycling en een lagere SCOP, wat de besparing op de energierekening vermindert. Laat altijd een NEN 12831-warmtevraagberekening uitvoeren.

Gratis energiequiz
Wat bespaar je echt op je energierekening?
11 vragen, 2 minuten. Kies aan het eind je eigen prijs uit 6 cadeaubonnen of gadgets t.w.v. €500.
Start de quiz →